Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Beroepsaansprakelijkheid letselschadeadvocaat.

Hoge Raad, 5 juli 2024

Zaakgegevens

Op 5 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2024
Datum publicatie
4 juli 2024
Zaaknummer
23/03257
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
K Aantjes, J.H.M. van Swaaij
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1026
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Beroepsaansprakelijkheid letselschadeadvocaat.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 mei 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1759
  2. Conclusie A-G · 24 mei 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:566
  3. Hoge Raad · 5 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1026

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/03257

Datum 5 juli 2024

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: K. Aantjes,

tegen

1. [de maatschap] handelend onder de naam [verweerster 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerster 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [verweerster 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

4. [verweerster 4] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: [verweersters 1 t/m 4],

niet verschenen,

en

[verweerder 5],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder 5],

advocaat: J.H.M. van Swaaij.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/01/364677 / HA ZA 20-737 van de rechtbank Oost-Brabant van 10 maart 2021 en 8 juni 2022;

b. het arrest in de zaak 200.314.323/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 mei 2023.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweersters 1 t/m 4] is verstek verleend.

[verweerder 5] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [eiser] en [verweerder 5] toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 5] begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweersters 1 t/m 4] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 5 juli 2024.