Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Art. 7:17 BW. Non-conformiteit. Wat mocht koper van verkoper…

Hoge Raad, 25 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 oktober 2024
Datum publicatie
24 oktober 2024
Zaaknummer
23/04443
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W Alt, R.T. Wiegerink
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1539
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Art. 7:17 BW. Non-conformiteit. Wat mocht koper van verkoper verwachten? Stond verkoper in voor advies leverancier?

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 7 juli 2021

    ECLI:NL:RBDHA:2021:7257
  2. Gerechtshof Den Haag · 15 augustus 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:1816

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 28 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:699
  4. Hoge Raad · 25 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1539

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/04443

Datum 25 oktober 2024

ARREST

In de zaak van

[eiser], handelend onder de naam [A],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [A],

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

GASCO NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Delft,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Gasco,

advocaat: R.T. Wiegerink.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/09/594232 / HA ZA 20-556 van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2021 en 7 juli 2021;

b. het arrest in de zaak 200.303.961/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2023.

[A] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Gasco heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Gasco toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [A] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [A] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gasco begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [A] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 oktober 2024.