Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Ongeval met stilgevallen tractor. Onrechtmatige daad van reparateur…
Hoge Raad, 1 maart 2024
ECLI:NL:HR:2024:297 · Hoge Raad · 1 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-297
Zaakgegevens
Op 1 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 maart 2024
- Datum publicatie
- 29 februari 2024
- Zaaknummer
- 23/00667
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. de Jong van Lier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:297
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Ongeval met stilgevallen tractor. Onrechtmatige daad van reparateur van tractor jegens derde.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 november 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:10042Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 januari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:33Hoge Raad · 1 maart 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:297
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00667
Datum 1 maart 2024
ARREST
In de zaak van
[eiseres] GMBH,
gevestigd te [vestigingsplaats], Duitsland,
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., als rechtsopvolgster van VIVAT SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Nationale Nederlanden,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties na HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:346, verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/19/90093 / HA ZA 11-663 van de rechtbank Noord-Nederland van 4 oktober 2017;
b. de arresten in de zaken 200.241.879/01 en 200.241.879/02 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2019, 13 april 2021, 11 januari 2022 en 22 november 2022.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 22 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Nationale Nederlanden heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale Nederlanden begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 maart 2024.