Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t…

Hoge Raad, 15 maart 2024

Zaakgegevens

Op 15 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 maart 2024
Datum publicatie
14 maart 2024
Zaaknummer
23/00605
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E Bruning, N.C. van Steijn
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:417
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde. Beroep op verjaring (art. 3:307 lid 1 BW).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 november 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:9757
  2. Conclusie A-G · 26 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:96
  3. Hoge Raad · 15 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:417

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/00605

Datum 15 maart 2024

ARREST

In de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: de vrouw,

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de man,

advocaat: N.C. van Steijn.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/05/365013 / HZ ZA 20-40 van de rechtbank Gelderland van 20 januari 2020, 1 april 2020 en 9 december 2020;

b. de arresten in de zaak 200.295.282 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2021, 5 juli 2022 en 15 november 2022.

De vrouw heeft tegen het arrest van het hof van 15 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.

De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de vrouw in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de man begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de vrouw deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 15 maart 2024.