Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon. Vraag of…

Hoge Raad, 28 juni 2024

Zaakgegevens

Op 28 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 juni 2024
Datum publicatie
28 juni 2024
Zaaknummer
23/03082
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W Alt, A. Stortelder
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:979
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon. Vraag of assurantietussenpersoon aansprakelijk is voor feit dat inboedelverzekering geen volledige dekking bood voor muntenverzameling.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 29 juni 2022

    ECLI:NL:RBLIM:2022:5055
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 mei 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1482
  3. Conclusie A-G · 17 mei 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:530
  4. Hoge Raad · 28 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:979

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/03082

Datum 28 juni 2024

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: A. Stortelder.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/03/282217 / HA ZA 20-444 van de rechtbank Limburg van 29 juni 2022;

b. het arrest in de zaak 200.314.401 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 mei 2023.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat, en mede door J.H.G. Hordijk en H.A.A. Essebai.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 28 juni 2024.