Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Onrechtmatige daad. O.m. klachten dat hof heeft verzuimd grief te behandelen en…
Hoge Raad, 27 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:1028 · Hoge Raad · 27 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1028
Zaakgegevens
Op 27 juni 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juni 2025
- Datum publicatie
- 27 juni 2025
- Zaaknummer
- 24/02747
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M van Swaaij, A.C. de Bakker
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1028
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Onrechtmatige daad. O.m. klachten dat hof heeft verzuimd grief te behandelen en voldoende te responderen op essentiële stellingen bij oordeel dat niet onrechtmatig is gehandeld.
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 20 juli 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:6026Gerechtshof Den Haag · 16 april 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:685(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 mei 2025
ECLI:NL:PHR:2025:551Hoge Raad · 27 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1028
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02747
Datum 27 juni 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1], in haar hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2], in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. [verweerster 1], in haar hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2], in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [de erflater],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: A.C. de Bakker.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/576538 / HA ZA 19-579 van de rechtbank Rotterdam van 9 maart 2022 en 20 juli 2022;
b. het arrest in de zaak 200.317.880/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 april 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 juni 2025.