Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg van aanbiedingsregeling in aandeelhoudersovereenkomst…
Hoge Raad, 24 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:115 · Hoge Raad · 24 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-115
Zaakgegevens
Op 24 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 januari 2025
- Datum publicatie
- 23 januari 2025
- Zaaknummer
- 24/00177
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J van Weerden, R.L.M.M. Tan
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:115
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg van aanbiedingsregeling in aandeelhoudersovereenkomst. Haviltex-maatstaf.
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 22 februari 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:3261Gerechtshof Den Haag · 17 oktober 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:1933Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1250Hoge Raad · 24 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:115
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00177
Datum 24 januari 2025
ARREST
In de zaak van
CETORHINUS MAXIMUS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: CM,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
ROTTERDAMSE MOBILITEIT CENTRALE RMC B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: RMC,
advocaat: R.L.M.M. Tan.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/623676 / HA ZA 21-728 van de rechtbank Rotterdam van 22 februari 2022;
b. het arrest in de zaak 200.308.024/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 oktober 2023.
CM heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
RMC heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt CM in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RMC begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien CM deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.