Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Geschil over nabetaling na aandelentransactie. Klachten koper over…

Hoge Raad, 24 januari 2025

Zaakgegevens

Op 24 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 januari 2025
Datum publicatie
23 januari 2025
Zaaknummer
24/00782
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.P. Streng
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:121
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Geschil over nabetaling na aandelentransactie. Klachten koper over bewijskracht onderhandse akte en betrouwbaarheid schriftelijke verklaringen.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 1 juni 2022

    ECLI:NL:RBROT:2022:4278
  2. Gerechtshof Den Haag · 5 december 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:2781

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 22 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1254
  4. Hoge Raad · 24 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:121

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/00782

Datum 24 januari 2025

ARREST

In de zaak van

LCS PIPING INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

EISERES tot cassatie,

hierna: LCS,

advocaat: R.P. Streng,

tegen

[verweerster] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster] ,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 29 september 2021 (in zaak C/10/624547/ HA ZA 21-776) en 1 juni 2022 (in zaak C/10/628255/ HA ZA 21-963);

b. het arrest in de zaak 200.314.527/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 december 2023.

LCS heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt LCS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.