Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Aansprakelijkheid voor gezondheidsschade door…
Hoge Raad, 12 september 2025
ECLI:NL:HR:2025:1260 · Hoge Raad · 12 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1260
Zaakgegevens
Op 12 september 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 september 2025
- Datum publicatie
- 11 september 2025
- Zaaknummer
- 24/02260
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.R Oudijk, F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1260
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Aansprakelijkheid voor gezondheidsschade door blootstelling aan chroom-6? Stelplicht.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 maart 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:754Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 maart 2025
ECLI:NL:PHR:2025:286Hoge Raad · 12 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1260
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02260
Datum 12 september 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [plaats] ,
2. [eiser 2] ,
wonende te [plaats] ,
3. [eiser 3] ,
wonende te [plaats] ,
4. [eiser 4] ,
wonende te [plaats] ,
5. [eiser 5] ,
wonende te [plaats] ,
6. [eiser 6] ,
wonende te [plaats] ,
7. [eiseres 7] ,
wonende te [plaats] ,
8. [eiser 8] ,
wonende te [plaats] ,
9. [eiser 9] ,
wonende te [plaats] ,
10. [eiser 10] ,
wonende te [plaats] ,
11. [eiser 11] ,
wonende te [plaats] ,
12. [eiser 12] ,
wonende te [plaats] ,
13. [eiser 13] ,
wonende te [plaats] ,
14. [eiser 14] ,
wonende te [plaats] ,
15. [eiser 15] ,
wonende te [plaats] ,
16. [eiser 16] ,
wonende te [plaats] ,
17. [eiseres 17] ,
wonende te [plaats] ,
18. [eiseres 18] ,
wonende te [plaats] ,
19. [eiser 19] ,
wonende te [plaats] ,
20. [eiser 20] ,
wonende te [plaats] ,
21. [eiseres 21] ,
wonende te [plaats] ,
22. [eiser 22] ,
wonende te [plaats] ,
23. [eiser 23] ,
wonende te [plaats] ,
24. [eiseres 24] ,
wonende te [plaats] ,
25. [eiser 25] ,
wonende te [plaats] ,
26. [eiser 26] ,
wonende te [plaats] ,
27. [eiser 27] ,
wonende te [plaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: R.R. Oudijk,
tegen
NEDTRAIN B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: NedTrain,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak met nummers 8156458 CV EXPL 19-6852 en C/02/372261 / HA ZA 20-280 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 april 2020, 13 mei 2020, 1 juli 2020 en 22 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.306.211/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 maart 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
NedTrain heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eisers] mede door L.J.W. Mingelen en voor NedTrain mede door M.D.C. Klaassen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NedTrain begroot op € 2.897,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 september 2025.