Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Zorgplicht 'register valuator'.
Hoge Raad, 3 oktober 2025
ECLI:NL:HR:2025:1458 · Hoge Raad · 3 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1458
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2025
- Datum publicatie
- 2 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/03915
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M. van Swaaij.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1458
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Zorgplicht 'register valuator'.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 23 juli 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:2081Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 juli 2025
ECLI:NL:PHR:2025:733Hoge Raad · 3 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1458
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03915
Datum 3 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [plaats] ,
2. JKS HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam ,
3. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR D.E.M. ,
gevestigd te Haarlem ,
4. DEUS EX MACHINA ( D.E.M. ) B.V.,
gevestigd te Haarlem ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: DEM c.s.,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en A. Stortelder,
tegen
1. [de maatschap],
gevestigd te [plaats] ,
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
3. [verweerster 3] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
4. [verweerster 4] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweersters],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/707165 / HA ZA 21-813 van de rechtbank Amsterdam van 19 januari 2022 en 20 april 2022;
b. het arrest in de zaak 200.313.920/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2024.
DEM c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor DEM c.s. mede door V.R. van der Borg.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van DEM c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt DEM c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien DEM c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 3 oktober 2025.