Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koop-/aannemingsovereenkomsten. Conformiteit van platformliften met…
Hoge Raad, 3 oktober 2025
ECLI:NL:HR:2025:1459 · Hoge Raad · 3 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1459
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2025
- Datum publicatie
- 2 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/03698
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P. van den Berg.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1459
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koop-/aannemingsovereenkomsten. Conformiteit van platformliften met beperkte snelheid (art. 7:17 lid 2 BW). Passeren bewijsaanbod. Motiveringsklachten.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 8 februari 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:2736Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juli 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:2209Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juli 2025
ECLI:NL:PHR:2025:788Hoge Raad · 3 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1459
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03698
Datum 3 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [eiser 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
4. [eiseres 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
5. [eiser 5] ,
wonende te [woonplaats] ,
6. [eiseres 6] ,
wonende te [woonplaats] ,
7. [eiser 7] ,
wonende te [woonplaats] ,
8. [eiseres 8] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers] ,
advocaten: M.J. van Basten Batenburg en M. van Tiel,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaat: J.P. van den Berg.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/396895/ HA ZA 22-203 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 juni 2022 en 8 februari 2023;
b. het arrest in de zaak 200.327.415/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 juli 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweersters] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eisers] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 3 oktober 2025.