Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor letselschade als gevolg van botsing op skipiste…
Hoge Raad, 3 oktober 2025
ECLI:NL:HR:2025:1463 · Hoge Raad · 3 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1463
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2025
- Datum publicatie
- 2 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/03875
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. de Jong van Lier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1463
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor letselschade als gevolg van botsing op skipiste. Miskenning aansprakelijkheidsmaatstaf in situaties van sport en spel? Schending FIS-regels zonder meer onrechtmatig? Miskenning grenzen rechtsstrijd; miskenning art. 149 lid 1 Rv? Motiveringsklachten.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 juli 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:4948Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:730Hoge Raad · 3 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1463
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03875
Datum 3 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaten: W.A. Jacobs en J.C. Zevenberg.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/17/188119 / HA ZA 23-40 van de rechtbank Noord-Nederland van 24 mei 2023 en 2 augustus 2023;
b. de arresten in de zaak 200.333.046/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2023 en 30 juli 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 30 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 3 oktober 2025.