Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad. Art. 8 EVRM. Art. 10…
Hoge Raad, 10 oktober 2025
ECLI:NL:HR:2025:1524 · Hoge Raad · 10 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1524
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2025
- Datum publicatie
- 9 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/03279
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.M van Aerde, P.A. Fruytier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1524
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad. Art. 8 EVRM. Art. 10 EVRM. Persvrijheid en recht op bescherming van reputatie van onderneming. Berichtgeving in TV-programma Zembla over storten van granuliet in natuurplassen.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 28 mei 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:810Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 augustus 2025
ECLI:NL:PHR:2025:911Hoge Raad · 10 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1524
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03279
Datum 10 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
GRANIET IMPORT BENELUX B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: GIB,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
OMROEPVERENIGING BNNVARA,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BNNVARA,
advocaat: P.A. Fruytier.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/618155 / HA ZA 21-843 van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2022 en 31 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.321.231/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 mei 2024.
GIB heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
BNNVARA heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen mondeling en schriftelijk toegelicht door hun advocaten, en voor BNNVARA mede door E.W.T. Kerckhoffs en J.P. van den Brink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van GIB heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt GIB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BNNVARA begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien GIB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 oktober 2025.