Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad. Verjaring. Heeft…
Hoge Raad, 17 oktober 2025
ECLI:NL:HR:2025:1565 · Hoge Raad · 17 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1565
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2025
- Datum publicatie
- 16 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/03152
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W van der Heijden, M.E. Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1565
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad. Verjaring. Heeft recreatiemaatschappij door aanpassing van fietsroute onrechtmatig gehandeld jegens horecagelegenheid? Is vordering verjaard?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 mei 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:3301Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:851Hoge Raad · 17 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1565
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03152
Datum 17 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
1. VEERHUIS HEEREWAARDEN V.O.F.,
gevestigd te Heerewaarden,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Veerhuis,
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
B.V. RECREATIEMAATSCHAPPIJ RIVIERENGEBIED,
gevestigd te Kerk-Avezaath,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Recreatiemaatschappij,
advocaat: M.E. Bruning.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/392693/ HA ZA 21-443 van de rechtbank Gelderland van 3 november 2021 en 28 september 2022;
b. het arrest in de zaak 200.329.242 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 mei 2024.
Veerhuis heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Recreatiemaatschappij heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt in het principale cassatieberoep tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Veerhuis heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Veerhuis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Recreatiemaatschappij begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Veerhuis deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 oktober 2025.