Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Huurrecht. Hof heeft vonnis bekrachtigd waarin ontbinding…
Hoge Raad, 12 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1890 · Hoge Raad · 12 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1890
Zaakgegevens
Op 12 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 december 2025
- Datum publicatie
- 11 december 2025
- Zaaknummer
- 24/03961
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.C van Steijn, M.E Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1890
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Huurrecht. Hof heeft vonnis bekrachtigd waarin ontbinding huurovereenkomst woonruimte en ontruiming zijn toegewezen. Art. 6:238 lid 2 BW, art. 5 richtlijn oneerlijke bedingen. Miskenning transparantiebeginsel en contra proferentem-regel? Haviltex-maatstaf.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 13 augustus 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:1388Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 oktober 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1134Hoge Raad · 12 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1890
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03961
Datum 12 december 2025
ARREST
In de zaak van
1. [de man],
wonende te [woonplaats],
2. [de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: de huurders,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
1. STICHTING 3B WONEN,
gevestigd te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: 3B Wonen,
advocaat: M.E. Bruning,
en
2. [de dochter],
3. [de zoon],
beiden wonende te [woonplaats],
hierna: de kinderen,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 9265908 \ CV EXPL 21-19740 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 7 januari 2022;
b. de arresten in de zaak 200.308.059/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2023 en 13 augustus 2024.
De huurders hebben tegen het arrest van het hof van 13 augustus 2024 beroep in cassatie ingesteld.
3B Wonen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen de kinderen is verstek verleend.
De zaak is voor 3B Wonen toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad de huurders niet-ontvankelijk verklaart in hun tegen de kinderen ingestelde cassatieberoep en het tegen 3B Wonen ingestelde cassatieberoep verwerpt.
De advocaat van de huurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Met de verwerping van het cassatieberoep is de veroordeling tot ontruiming onherroepelijk en kan het vonnis van de kantonrechter alsnog ten uitvoer worden gelegd. De Hoge Raad ziet aanleiding te bepalen dat daartoe het vonnis opnieuw moet worden betekend en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- bepaalt dat het vonnis van de kantonrechter ten uitvoer kan worden gelegd na hernieuwde betekening daarvan en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening;
- veroordeelt de huurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van 3B Wonen begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van de kinderen op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.