Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Geschil over onrechtmatige concurrentie door…

Hoge Raad, 14 februari 2025

Zaakgegevens

Op 14 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 februari 2025
Datum publicatie
13 februari 2025
Zaaknummer
24/00509
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M van Swaaij, M.A.J.G. Janssen
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:264
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Geschil over onrechtmatige concurrentie door voormalige werknemers. O.m. klachten tegen onrechtmatigheidsoordeel.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 november 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:9613
  2. Conclusie A-G · 20 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1396
  3. Hoge Raad · 14 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:264

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/00509

Datum 14 februari 2025

ARREST

In de zaak van

AGIB B.V.,

gevestigd te Kerkdriel,

EISERES tot cassatie,

hierna: Agib,

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

1. [verweerster 1] V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [sr.],

wonende te [woonplaats],

3. [jr.],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: M.A.J.G. Janssen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/05/393973 / HA ZA 21-507 / 1599 / 1520 van de rechtbank Gelderland van 22 december 2021 en 11 mei 2022;

b. de arresten in de zaak 200.312.858 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 februari 2023 en 14 november 2023.

Agib heeft tegen het arrest van het hof van 14 november 2023 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat, en mede door S.W.G. Wolters.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Agib heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Agib in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Agib deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 14 februari 2025.