Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Uitleg van bonusbepaling in share purchase agreement.

Hoge Raad, 23 januari 2026

Zaakgegevens

Op 23 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 januari 2026
Datum publicatie
22 januari 2026
Zaaknummer
24/04467
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
B.I. Kraaipoel.
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:85
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Uitleg van bonusbepaling in share purchase agreement.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 10 september 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:2567
  2. Conclusie A-G · 14 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1246
  3. Hoge Raad · 23 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:85

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/04467

Datum 23 januari 2026

ARREST

In de zaak van

NEI NIEUW ENERGY INVEST B.V.,

gevestigd te Zwolle,

EISERES tot cassatie,

hierna: NEI,

advocaten: B.M.H. Fleuren en R.A. González Nicolás,

tegen

1. [verweerster 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [verweerster 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],

4. FERTILIS FECTUM B.V., gevestigd te Amersfoort,

5. POTOSI HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam,

6. DQ VENTURES B.V., gevestigd te Aerdenhout, gemeente Bloemendaal,

7. [verweerder 7], wonende te [woonplaats],

8. [verweerder 8], wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: B.I. Kraaipoel.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/13/705396 / HA ZA 21-700 van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2022;

b. de arresten in de zaak 200.315.103/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 september 2024 en 6 december 2024 (herstelarrest).

NEI heeft tegen het arrest van het hof van 10 september 2024 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt NEI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 23 januari 2026.