Strafrecht overig
Seksueel binnendringen bij iemand onder twaalf jaren, meermalen gepleegd (art. 244 Sr) en ontucht met…
Hoge Raad, 12 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:210 · Hoge Raad · 12 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-80a-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-210
Zaakgegevens
Op 12 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 februari 2019
- Datum publicatie
- 11 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/02449
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 80a RO-zakenArtikel 80a RODe Hoge Raad verklaart een cassatieberoep niet-ontvankelijk, omdat het belang te klein is of de klachten duidelijk niet kunnen slagen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:210
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Seksueel binnendringen bij iemand onder twaalf jaren, meermalen gepleegd (art. 244 Sr) en ontucht met 11-jarig pleegkind, meermalen gepleegd (art. 249.1 Sr). Betrouwbaarheid bekennende verklaringen verdachte en belastende verklaringen minderjarig slachtoffer. HR: art. 80a RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 26 april 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:1476Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:39Hoge Raad · 12 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:210
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
12 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02449
DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 april 2017, nummer 22/001813-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.