Strafrecht overig

Diefstal d.m.v. braak (en inklimming) van zeer waardevolle schilderijen met grote cultuurhistorische waarde…

Zaakgegevens

Op 9 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2024
Datum publicatie
2 juli 2024
Zaaknummer
22/02833
Procedure
Artikel 80a RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1006
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal d.m.v. braak (en inklimming) van zeer waardevolle schilderijen met grote cultuurhistorische waarde uit musea in Laren en Leerdam in 2020 (art. 311.1.5 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en aanwezig hebben van 10.404 XTC-pillen (art. 2.C Opiumwet).

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 juli 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:6259
  2. Hoge Raad · 9 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1006

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02833

Datum 9 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juli 2022, nummer 21-004400-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp, een schriftuur ingediend.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2024.