Strafrecht overig

Medeplegen diefstal gereedschapskisten uit laadruimte bestelbus d.m.v. inklimming (art. 311.1.4 en 5 Sr.)…

Hoge Raad, 11 mei 2021

Zaakgegevens

Op 11 mei 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 mei 2021
Datum publicatie
4 mei 2021
Zaaknummer
20/00608
Procedure
Artikel 80a RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:688
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen diefstal gereedschapskisten uit laadruimte bestelbus d.m.v. inklimming (art. 311.1.4 en 5 Sr.). Bewijsklacht “inklimming“. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:137
  2. Conclusie A-G · 30 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:208
  3. Hoge Raad · 11 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:688

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00608

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 januari 2020, nummer 22-000749-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.