Strafrecht overig
(Poging tot) oplichting, valse hoedanigheid, art. 326 Sr. Valse hoedanigheid door zich (bedrieglijk) voor te…
ECLI:NL:HR:2017:718 · Hoge Raad · 18 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-718
Zaakgegevens
Op 18 april 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2017
- Datum publicatie
- 18 april 2017
- Zaaknummer
- 15/03978
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:718
Samenvatting
(Poging tot) oplichting, valse hoedanigheid, art. 326 Sr. Valse hoedanigheid door zich (bedrieglijk) voor te doen als iemand die werkzaam is bij verschillende (gerenommeerde) bouwbedrijven, waardoor de benadeelde bedrijven werden bewogen tot afgifte van bouwgereedschap zoals (accu)boormachines. Middel o.a. over de niet in acht genomen omzichtigheid om zich tegen bedrog te wapenen. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:293Hoge Raad · 18 april 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:718
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
18 april 2017
Strafkamer
nr. S 15/03978
IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 augustus 2015, nummer 22/002098-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017.