Strafrecht overig

Aanwezig hebben van hennepplanten, art. 3.C Opiumwet. Middel over opzet verdachte op aanwezig hebben van…

Zaakgegevens

Op 13 april 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 april 2021
Datum publicatie
12 april 2021
Zaaknummer
19/04309
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:558
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Aanwezig hebben van hennepplanten, art. 3.C Opiumwet. Middel over opzet verdachte op aanwezig hebben van hennep. HR: art. 81.1 RO. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:466.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 12 september 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:3370
  2. Conclusie A-G · 2 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:174
  3. Hoge Raad · 13 april 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:558

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04309

Datum 13 april 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2019, nummer 23-001233-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021.