Strafrecht overig
Liquidatie in het criminele milieu in 2015 in Krommenie. Medeplegen moord, art. 289 Sr. 1. Afwijzing…
ECLI:NL:HR:2023:746 · Hoge Raad · 23 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-746
Zaakgegevens
Op 23 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2023
- Datum publicatie
- 19 mei 2023
- Zaaknummer
- 21/05346
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:746
Samenvatting
Liquidatie in het criminele milieu in 2015 in Krommenie. Medeplegen moord, art. 289 Sr. 1. Afwijzing getuigenverzoek vanwege onvindbaarheid getuige in hoger beroep. Aannemelijk dat getuige niet binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord a.b.i. art. 288.1.a. Sv en is (na niet horen van deze getuige) nog sprake van eerlijk proces? 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van verbalisanten op de grond dat dit niet noodzakelijk is. 3. Gebruik voor bewijs van “Ennetcom-data”. Afwijzing verzoek tot nader onderzoek naar betrouwbaarheid van zoekmachine met behulp waarvan “Ennetcom-data” zijn onderzocht. 4. Verweer m.b.t. rechtmatigheid van verkrijging en gebruik van “Ennetcom-data”. Kon hof volstaan met enkele constatering van vormverzuim dat in strijd met “Prokuratuur-rechtspraak” van HvJEU geen rechterlijke machtiging was gegeven voorafgaand aan vordering van “Ennetcom-data”? 5. Verweer m.b.t. “equality of arms”. Afwijzing verzoek tot nader onderzoek in “Ennetcom-data” op de grond dat noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. 6. Bewijsklacht medeplegen. 7. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 jaren). Diende hof bij strafoplegging rekening te houden met gewijzigd regime voor voorwaardelijke invrijheidstelling van art. 6:2:10 Sv?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/05331, 21/05333, 21/05346 en 21/05377.
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 26 juni 2019
ECLI:NL:RBGEL:2019:2830Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 december 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:11610(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 maart 2023
ECLI:NL:PHR:2023:352Hoge Raad · 23 mei 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:746
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/05346
Datum 23 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2021, nummer 21-003606-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Omdat de opgelegde levenslange gevangenisstraf zich naar haar aard niet voor vermindering leent, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2023.