Strafrecht overig

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en beschadiging…

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 oktober 2024
Datum publicatie
26 september 2024
Zaaknummer
22/03646
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1302
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en beschadiging van reclamebord en auto (art. 350.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 maanden). 2. Bewijsklachten m.b.t. poging tot doodslag. 3. Noodweerexces (art. 41.2 Sr) en psychische overmacht (art. 40 Sr).

HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op taak van HR t.a.v. het bekijken van beeld- en geluidsopnamen onder huidig en toekomstig recht.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 augustus 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1000
  2. Hoge Raad · 1 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1302

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03646

Datum 1 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022, nummer 21-000155-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J. Tieman, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.