Strafrecht overig

Belediging politieagent (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr), wederspannigheid (art. 180 Sr) en niet tonen van…

Hoge Raad, 14 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Datum publicatie
6 oktober 2025
Zaaknummer
23/04335
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1497
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Belediging politieagent (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr), wederspannigheid (art. 180 Sr) en niet tonen van identiteitsbewijs (art. 447e Sr). Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel. Motivering beslissing hof, art. 6:6:5.1 Sv. Verweer dat tul vordering van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel moet worden afgewezen omdat behandeling in forensisch psychiatrische kliniek i.h.k.v. voorwaardelijke straf de voorkeur verdient.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04336 en 24/01039.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 november 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:4307
  2. Conclusie A-G · 8 juli 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:771
  3. Hoge Raad · 14 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1497

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04335

Datum 14 oktober 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 november 2023, nummer 20-000677-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.