Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit mensensmokkel, valsheid in geschrift, oplichting en deelname aan criminele…
Hoge Raad, 9 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1876 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1876
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 23/04905
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1876
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit mensensmokkel, valsheid in geschrift, oplichting en deelname aan criminele organisatie en uit soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr. 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (regiezitting) gedaan en op nadere tz. in h.b. (inhoudelijke behandeling) gehandhaafd en op volgende tz. in h.b. (inhoudelijke behandeling) herhaald verzoek om vreemdelingen als getuigen te horen, wegens onvoldoende onderbouwing en specificatie (ttz. in h.b.), waarna hof herhaald verzoek in arrest onbesproken heeft gelaten omdat het uitsluitend ziet op periode vóór 1-1-2006 die door hof niet bij voordeelberekening is betrokken. 2. Motivering schatting w.v.v. Heeft hof zijn oordeel gebaseerd op aannames en onvoldoende onderbouwde schattingen, terwijl verdediging een concrete berekening had ingebracht? 3. Heeft hof verzuimd te beslissen op verweer dat zaak ex art. 423.2 Sv had moeten worden teruggewezen naar Rb?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 12 december 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:3018Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1112Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1876
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04905 P
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2023, nummer 22-003840-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat A.M.J. Comans bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.