Strafrecht overig

Hypotheekfraude door lid van raad van commissarissen van betaald voetbalclub. Medeplegen valsheid in…

Hoge Raad, 22 september 2026

Zaakgegevens

Op 22 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 september 2026
Datum publicatie
17 september 2026
Zaaknummer
24/04127
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1508
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hypotheekfraude door lid van raad van commissarissen van betaald voetbalclub. Medeplegen valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door t.b.v. hypotheekaanvraag van ander tijdelijk € 100.000 over te boeken naar bankrekening van die ander, art. 225.1 Sr. Bewijsklacht valselijk opmaken van banksaldo-overzicht. Kon hof oordelen dat banksaldo-overzicht valselijk is opgemaakt, nu dit overzicht in overeenstemming was met bedrag dat op dat moment in werkelijkheid op betreffende bankrekening stond?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 oktober 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:3395
  2. Conclusie A-G · 1 september 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:825
  3. Hoge Raad · 22 september 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1508

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04127

Datum 22 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 oktober 2024, nummer 20-000185-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S. Weening bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2026.