Strafrecht overig

Poging tot moord op ex-partner door hem met mes in bovenlichaam te steken/snijden nadat verdachte met hun…

Zaakgegevens

Op 14 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 april 2026
Datum publicatie
14 april 2026
Zaaknummer
24/04597
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:656
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot moord op ex-partner door hem met mes in bovenlichaam te steken/snijden nadat verdachte met hun zoon bij hem aan de deur is gekomen, art. 289 Sr. 1. Bewijsklacht t.a.v. gedraging met mes. Kon hof feitelijk vaststellen dat verdachte met mes over medeverdachte heen naar ex-partner heeft kunnen reiken? 2. Bewijsklachten t.a.v. uitleg aan uitlating van verdachte en voorbedachte raad. Kon hof oordelen dat verdachte naar woning van ex-partner is gegaan met voornemen om hem van het leven te beroven, omdat zij hem naar eigen zeggen van de wereld af zou helpen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 10 december 2024

    ECLI:NL:GHDHA:2024:2483
  2. Conclusie A-G · 10 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:149
  3. Hoge Raad · 14 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:656

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04597

Datum 14 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 december 2024, nummer 22-002928-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W. Römelingh bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.