Strafrecht overig
Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden…
ECLI:NL:HR:2026:894 · Hoge Raad · 9 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-894
Zaakgegevens
Op 9 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Datum publicatie
- 8 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/00659
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:894
Samenvatting
Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Medeplegen moord (art. 289 Sr), voorhanden hebben van wapens (art. 26.1 WWM) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Rechtmatigheid van kroongetuigeovereenkomst en verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM vanwege verlaagde basisstrafeis. 2. Vormverzuimen o.b.v. ‘Landeck’ en ‘Prokuratuur’, art. 359a Sv. 3. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van niet-verschenen getuige, op de grond dat onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn ttz. zal verschijnen. Is sprake van eerlijk proces? 4. Bewijsminimum t.a.v. medeplegen moord, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). Vindt verklaring van kroongetuige (herkenning van verdachte tijdens enkelvoudige fotoconfrontatie) voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 5. Bewijsklacht medeplegen moord, art. 360.1 Sv. Heeft hof voor bewijs gebruik gemaakt van verklaringen van anonieme getuige zonder gemotiveerd oordeel te geven over betrouwbaarheid van deze verklaringen? 6. Bewijsklacht deelnemen aan criminele organisatie t.a.v. deelnemen.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00523, 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00667, 25/00689 en 25/00690.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 5 juli 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:2543Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 februari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:496Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 maart 2026
ECLI:NL:PHR:2026:300Hoge Raad · 9 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:894
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00659
Datum 9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003040-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten D. Bektesevic en L.M.M. Weyers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.