Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
ECLI:NL:HR:1976:AB5842 · Hoge Raad · 15 juni 1976
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1976-ab5842
Zaakgegevens
Op 15 juni 1976 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juni 1976
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 68 260
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1976:AB5842
Procesgang
Hoge Raad · 15 juni 1976deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1976:AB5842
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juni 1976
ECLI:NL:PHR:1976:AB5842
Uitspraak
15 juni 1976
Nr. 68260
TvaV.
De Hoge Raad der Nederlanden,
Op het beroep van [rekwirant], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1928, van beroep boekhouder, wonende te [woonplaats], rekwirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 december 1975, waarbij in hoger beroep - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 24 juni 1975 en met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 24 september 1974 - de rekwirant ter zake van "anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin naar hij redelijkerwijs moet vermoeden een uitlating is vervat die voor een groep mensen wegens hun ras beledigend is, verspreiden" is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, en tevens tot betaling van een geldboete van duizend gulden, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van vijf en twintig dagen, met verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen, in het arrest nader aangeduide verkiezingspamfletten;
Gehoord het verslag van de raadsheer-rapporteur;
Gezien het gerechtelijk schrijven namens de Procureur-Generaal aan de rekwirant uitgereikt ter kennisgeving van de dag voor de behandeling van deze zaak bepaald;
Gelet op het middel van cassatie, namens de rekwirant door Mr. W.J. Welfort, advocaat te 's-Gravenhage voorgesteld bij schriftuur, luidende:
"Schending of verkeerde toepassing van de wet en verzuim van vormen, zulks onder verwijzing in het bijzonder naar de artikelen 33a en 137e van het wetboek van strafrecht, de artikelen 341 en 348 van het wetboek van strafvordering, artikel 99 van de wet op de rechterlijke organisatie en artikel 1 van het verdrag van New York van 7 maart 1966.
Toelichting
1. Na verwijzing door uw raad van de onderhavige zaak naar het gerechtshof te Amsterdam is de grondslag der telastelegging bepaald in dier voege dat telastegelegd wordt - kort samengevat - het verspreiden van pamfletten met beledigende inhoud voor een groep mensen, t.w. niet-blanke Surinamers en Antillianen. Er kan geen sprake zijn van racistische belediging van Surinamers en Antillianen in het algemeen en als zodanig en evenmin van zwarte- of gekleurde Surinamers, omdat zij geen bewuste collectiviteit omvatten. Surinamers zijn staatsburgers van de republiek Suriname. Artikel 137e van het wetboek van strafrecht beoogt niet - naar de geschiedenis van de totstandkoming van de wet van 18 februari 1971 tot uitvoering van het internationaal verdrag van New York van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie (Stb1.96/1971) leert - de bescherming van groepen mensen naar hun nationaliteit in de zin van staatsburgerschap. Dit geldt niet voor Antillianen.
Men kan niet een staatkundige collectiviteit als die der Surinamers en een geheel andersoortigeconglomeraat van Antillianen bij elkaar voegen tot een groep.
Ook al zou men de term "kleurlingen" als een bewuste collectiviteit zien en de belediging zien aangedaan aan déze groep, dan kán deze groep niet beledigd worden wegens ras. Een kleurling is een persoon van gemengd bloed, te weten geboren uit de vermenging van een blanke met een niet-blanke. Het ras is bij deze mensen door vermenging immers juist verloren geraakt.
Het hof te Amsterdam heeft naar de mening van ondergetekende aan de bewijsmiddelen NIET kunnen ontlenen, dat hier van een groep mensen wegens haar ras sprake was.
2. Het bewijs der elementaire feiten: a dát pamfletten verspreid zijn; b dat het verdachte is geweest, die pamfletten verspreid heeft; c dat de verspreiding in mei 1974 plaatsgevonden heeft en d dat de verspreiding te 's-Gravenhage gebeurd is, alsmede van de omstandigheden waaronder die verspreiding plaatsgevonden heeft, t.w. door deponering in brievenbussen van woningen in verschillende straten te 's-Gravenhage heeft het Amsterdamse hof ontleend aan de telastelegging, de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg, de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van dat hof en de waarneming van het hof van een pamflet, hetwelk verdachte verklaart opgesteld te hebben.
Het bewijs van de hierboven sub a t/m d vermelde elementaire feiten kon door het hof niet uitsluitend aangenomen worden op de opgaven van de verdachte (Het zou niet ondenkbaar zijn, dat een verdachte, in een situatie als de onderhavige, bekent om b.v. hoger geplaatste functionarissen van zijn partij in bescherming te nemen.).
3. Het hof. had de al of niet zakelijkheid der berichtgeving in de gewraakte pamfletten naar de mening van ondergetekende niet dienen te ontlenen aan de bedoelingen van de verdachte, zoals hij die opgeeft. Het is rechtens irrelevant of er achter de gewraakte pamfletten bedoelingen zaten en welke die bedoelingen waren, integendeel, het hof had - los van door verdachte opgegeven bedoelingen - dienen te motiveren waarom de berichtgeving niet zakelijk was.
4. Nu het hof het woord "ras" blijkbaar opgevat heeft in de zin van artikel 1 van het internationaal verdrag van New York van 7 maart 1966, houdend de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie, had het hof niet mogen verzuimen dit artikel aan te halen in zijn arrest.
5. Ten onrechte overweegt het hof dat de aan verdachte toebehorende pamfletten dienen te worden verbeurd verklaard, omdat zij aan de verdachte toebehoren en met behulp daarvan het strafbare feit is gepleegd.
Telastegelegd en door het hof bewezen geacht is, dat de verdachte pamfletten verspreid heeft.
De pamfletten, die in verdachtes kamer aangetroffen zijn, zijn dus persé NIET verspreid. (Het ter verspreiding in voorraad hebben is de verdachte niet telastegelegd.) Ten onrechte is daarom de verbeurdverklaring dier pamfletten uitgesproken op de door het hof aangegeven gronden";
Gehoord de Advocaat-Generaal Remmelink in zijn conclusie daartoe strekkende dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen, doch uitsluitend voorzover het Hof heeft verbeurd verklaard de in het proces-verbaal nummer 6931/1974 van de gemeentepolitie te 's-Gravenhage in beslaggenomen pamfletten en in zoverre opnieuw rechtdoende op de in die conclusie aangevoerde gronden voormelde voorwerpen zal onttrokken verklaren aan het verkeer, en voor het overige het beroep zal verwerpen;
Overwegende dat bij inleidende dagvaarding aan rekwirant is telastegelegd:
"dat hij te 's-Gravenhage, op een of meer tijdstippen in de maand mei 1974, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving exemplaren van een verkiezingspamflet van lijst 7, Nederlandse Volks-Unie waarin, naar hij wist althans redelijkerwijze moest vermoeden, een of meer uitlatingen was (waren) vervat die voor een groep mensen, te weten Surinamers en Antillianen, wegens hun ras beledigend was (waren), heeft verspreid door deponering in de brievenbussen van woningen in verschillende straten aldaar, althans ter verspreiding in voorraad heeft gehad; dat verkiezingspamflet had de volgende inhoud:
Den Haag moet blank en veilig blijven! Weg met de Surinamers en Antillianen die op onze werkkracht en
welvaart parasiteren, breek de terreur van de onderwereld zodat bezit en veiligheid zijn gewaarborgd. Oproep van de Nederlandse Volks-Unie;
Stadgenoten! Nederlanders! Dezelfde politieke partijen die in de gemeenteraad hun ernstige bezorgdheid hebben uitgesproken, omdat tienduizenden Nederlanders zijn gedwongen de stad te verlaten, zorgen er op landelijk niveau voor, dat opnieuw achtduizend stadgenoten met hun gezinnen uit Den Haag zullen worden weggejaagd. Dezelfde politieke partijen die in onze stad zogenaamd met alle beschikbare middelen de geestelijke volksgezondheid willen bevorderen en de misdaad bestrijden, zorgen er op landelijk niveau voor, dat druggebruik en terreur dank zij hun wanbeleid hand over hand toenemen. Dezelfde politieke partijen die onder meer in Den Haag via rapporten van gemeentelijke instellingen te kennen hebben gegeven, dat zij in sterke mate verontrust zijn over de vloed van Surinamers en Antillianen die mede onze stad dreigt te overspoelen, zorgen er op landelijk niveau voor, dat de stroom kleurlingen naar ons land onverminderd voortgaat.
Deze politieke partijen zijn de veroorzakers van de wantoestanden die in ons land heersen.
Met kunst en vliegwerk (het Christen Democratisch Appèl) proberen de drie grote confessionele partijen hun ten ondergang gedoemde bestaan zolang mogelijk te rekken. Onder de naam polarisatie houden de PvdA en de VVD een schijngevecht om ons zand in de ogen te strooien, zodat zij hun verderfelijke politiek ongestraft kunnen voeren. De negatieve krachten in onze samenleving hebben elkaar stilzwijgend gevonden in een duivelse samenzwering tegen ons volk.
Als eerste slachtoffer hebben zij onze stad uitgekozen: terwijl tienduizenden voor ons waardevolle echte Nederlanders worden verdreven, stromen kleurlingen uit de West ongehinderd binnen; mensen die het vreedzame samenleven in onze maatschappij op ernstige wijze verstoren, zoals nota bene van officiële zijde is bekendgemaakt. Men wil ons land en volk, onze stad kapot maken! De leus "Den Haag moet blijven" wordt gebruikt als camouflage voor hun werkelijke bedoelingen ten einde ons des te gemakkelijker onherstelbare schade te kunnen toebrengen. De enige partij die vecht voor de toekomst van ons volk, is de Nederlandse Volks-Unie. Hier in Den Haag is de inzet van haar strijd een stad die niet alleen blijft, maar veilig is en blank! Hagenaars! Nederlanders! Sluit u aaneen. Help mee onze stad te bevrijden van de plaag van Surinamers en Antillianen.
Help mee onze stad te bevrijden van de terreur van de onderwereld, zodat het bezit en de veiligheid van normaal levende en werkende mensen zijn gewaarborgd.
Help mee onze stad te bevrijden van de verraders van onze belangen: de VVD, de confessionele partijen en de PvdA met haar bond- en soortgenoten. Zij vertegenwoordigen politieke stromingen die zichzelf hebben overleefd en aan ons volk vijandig zijn.
Stem Nederlandse Volks-Unie, lijst 7, [rekwirant]. NVU, Afd., Den haag
Postbus 5812 - Den Haag Nederlandse Volks-Unie
lijst 7 Afdeling Den Haag";
Overwegende dat het Hof daarvan heeft bewezenverklaard: "dat hij te 's-Gravenhage, op een of meer tijdstippen in de maand mei 1974, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving exemplaren van een verkiezingspamflet van lijst 7, Nederlandse Volks-Unie waarin, naar hij redelijkerwijze moest vermoeden, uitlatingen waren vervat die voor een groep mensen, te weten Surinamers en Antillianen, wegens hun ras beledigend waren, heeft verspreid door deponering in de brievenbussen van woningen in verschillende straten aldaar;
dat verkiezingspamflet had de volgende inhoud:
Den Haag moet blank en veilig blijven! Weg met de Surinamers en Antillianen die op onze werkkracht en welvaart parasiteren breek de terreur van de onderwereld zodat bezit en veiligheid zijn gewaarborgd. Oproep van de Nederlandse Volks-Unie; Stadgenoten! Nederlanders! Dezelfde politieke partijen die in de gemeenteraad hun ernstige bezorgdheid hebben uitgesproken omdat tienduizenden Nederlanders zijn gedwongen de stad te verlaten, zorgen er op landelijk niveau voor, dat opnieuw achtduizend stadgenoten met hun gezinnen uit Den Haag zullen worden weggejaagd. Dezelfde politieke partijen die in onze stad zogenaamd met alle beschikbare middelen de geestelijke volksgezondheid willen bevorderen en de misdaad bestrijden, zorgen er op landelijk niveau voor, dat druggebruik en terreur dank zij hun wanbeleid hand over hand toenemen .
Dezelfde politieke partijen die onder meer in Den Haag via rapporten van gemeentelijke instellingen te kennen hebben gegeven, dat zij in sterke mate verontrust zijn over de vloed van Surinamers en Antillianen die mede onze stad dreigt te overspoelen, zorgen er op landelijk niveau voor, dat de stroom kleurlingen naar ons land onverminderd voortgaat.
Deze politieke partijen zijn de veroorzakers van de wantoestanden die in ons land heersen.
Met kunst- en vliegwerk (het Christen Democratisch Appèl) proberen de drie grote confessionele partijen hun ten ondergang gedoemde bestaan zolang mogelijk te rekken. Onder de naam polarisatie houden de PvdA en de VVD een schijngevecht om ons zand in de ogen te strooien, zodat zij hun verderfelijke politiek ongestraft kunnen voeren. De negatieve krachten in onze samenleving hebben elkaar stilzwijgend gevonden in een duivelse samenzwering tegen ons volk. Als eerste slachtoffer hebben zij onze stad uitgekozen: terwijl tienduizenden voor ons waardevolle echte Nederlanders worden verdreven, stromen kleurlingen uit de West ongehinderd binnen; mensen die het vreedzame samenleven in onze maatschappij op ernstige wijze verstoren, zoals notabene van officiële zijde is bekend gemaakt.
Men wil ons land en volk, onze stad kapot maken! De leus "Den Haag moet blijven" wordt gebruikt als camouflage voor hun werkelijke bedoelingen ten einde ons des te gemakkelijker onherstelbare schade te kunnen toebrengen. De enige partij die vecht voor de toekomst van ons volk is de Nederlanse Volks-Unie. Hier in Den Haag is de inzet van haar strijd een stad die niet alleen blijft, maar veilig is en blank!
Hagenaars! Nederlanders! Sluit u aaneen. Help mee onze stad te bevrijden van de plaag van Surinamers en Antillianen. Help mee onze stad te bevrijden van de terreur van de onderwereld, zodat het bezit en de veiligheid van normaal levende en werkende mensen zijn gewaarborgd. Help mee onze stad te bevrijden van de verraders van onze belangen: de VVD, de confessionele partijen en de PvdA met haar bond- en soortgenoten. Zij vertegenwoordigen politieke stromingen die zichzelf hebben overleefd en aan ons volk vijandig zijn. Stem Nederlandse Volks-Unie, lijst 7, [rekwirant].
NVU, afd. Den Haag Nederlandse Volks-Unie
Postbus 5812 - Den Haag Afdeling Den Haag
lijst 7";
Overwegende dat het Hof deze bewezenverklaring heeft doen steunen op de navolgende bewijsmiddelen: 1) de door rekwirant ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegde en ter terechtzitting in hoger beroep herhaalde verklaring, voor zover - zakelijk weergegeven - luidende: "In mei 1974 heb ik met het oog op de op 29 mei 1974 in de gemeente 's-Gravenhage plaatsvindende verkiezingen van de gemeenteraad, waarvoor ik mij kandidaat had gesteld als lijsttrekker van lijst 7, de Nederlandse Volksunie, meerdere malen in verschillende wijken van 's-Gravenhage mij toebehorende verkiezingspamfletten van deze partij verspreid. Ik deponeerde deze in verschillende straten in brievenbussen van woningen. De tekst van vermeld pamflet is letterlijk gelijkluidend aan de in de telastelegging vermelde tekst. Deze was door mijzelf opgesteld, zij het dat ik mij daarbij mede heb gebaseerd op uitlatingen van derden, zoals b.v. het landelijk basis-, kern-, en strijdprogram van de Nederlandse Volksunie";
2) de door rekwirant ter terechtzitting in hoger beroep daarbij aangebrachte toevoeging, luidende:
"Het plan van actie voor de gemeenteraadsverkiezing in Den Haag dat als bijlage III is gehecht aan het proces- verbaal nummer 6931.1974 van de gemeentepolitie te 's-Gravenhage is door mij opgesteld. Met het daarin genoemde pamflet wordt het in de telastelegging geciteerde pamflet bedoeld" ;
3) 's Hofs waarneming ter terechtzitting van een drukwerk met gelijke inhoud als die geciteerd in de alinea's twee en volgende van de dagvaarding, behoudens dat in de tweede alinea van dat drukwerk achter de woorden "parasiteren" en "gewaarborgd" de komma ontbreekt;
4) een als bijlage III aan het proces-verbaal van gemeentepolitie te 's-Gravenhage nummer 6931/1974 gehecht stuk met als titel "plan van actie voor de gemeenteraadsverkiezing in Den Haag" en voorts inhoudende onder de ondertitel "verkiezingspamflet":
"Onder dergelijke omstandigheden kan een zo groot aantal stemmen alleen worden behaald, als erin wordt geslaagd:
a. De kiezers massaal te benaderen.
b. Aan de sluiten bij de bestaande onlustgevoelens.
c. Een schok-effect teweeg te brengen en zodoende de woede en haat van onze vijanden op te wekken en de bijval van onze vrienden te verwerven.
Het enige middel tot massale benadering van de kiezers waarover kan worden beschikt, is het pamflet", hebbende het Hof daarbij overwogen "dat de hierboven geciteerde passage uit het "plan van actie" doet vaststaan dat het geenszins de bedoeling van verdachte was zakelijke informatie te verstrekken";
Overwegende dat het Hof ten vervolge op de bewezenverklaring heeft overwogen dat het Hof daarbij "in het bijzonder beledigend acht de onderstreepte zinsneden van het bewezenverklaarde, mede gezien in samenhang met de overige tekst van het pamflet, en daarbij het woord "ras" opvat in die zin dat daaronder mede wordt verstaan een etnische of nationale groepering";
Overwegende met betrekking tot het eerste onderdeel van het middel:
dat het Hof de in de eerste alinea van de telastelegging voorkomende woorden "Surinamers en Antillianen" kennelijk heeft opgevat - en, gezien voormeld arrest van de Hoge Raad, niet anders mocht opvatten - in die zin dat met deze, niet door een bepalend lidwoord voorafgegane, woorden uitsluitend wordt gedoeld op niet-blanke Surinamers en Antillianen;
dat blijkens de Memorie van Toelichting bij het ontwerp dat heeft geleid tot de Wet van 18 februari 1971, S. 96, tot uitvoering van het Internationaal Verdrag van New York van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie, bij welke wet in het Wetboek van Strafrecht, onder meer, artikel 137 - is ingevoegd, het - in dat artikel niet nader omschreven - woord "ras" moet worden uitgelegd naar de kennelijke strekking van de in artikel 1 van genoemd verdrag gegeven opsomming, waarin naast "ras" ook worden genoemd: huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming;
dat, gezien het voorgaande, het Hof als bewezen heeft kunnen aannemen dat de onderhavige uitlatingen voor de in de bewezenverklaring bedoelde groep mensen wegens hun ras beledigend waren;
dat het onderdeel mitsdien faalt;
Overwegende met betrekking tot het tweede onderdeel: dat het vierde lid van artikel 341 van het Wetboek van Strafvordering slechts verbiedt dat het gehele telastegelegde feit op de opgaven van de verdachte als bewezen wordt aangenomen, doch niet dat het bewijs van een of meer onderdelen van het feit uitsluitend op dergelijke opgaven steunt;
dat dit onderdeel derhalve evenmin doel treft;
Overwegende met betrekking tot het derde onderdeel:
dat ook dit onderdeel tevergeefs wordt voorgesteld aangezien, anders dan daarin wordt betoogd, de bedoeling welke bij rekwirant met de verspreiding van exemplaren van vorenbedoeld verkiezingspamflet heeft voorgezeten, van belang kan zijn voor de beoordeling of die verspreiding al dan niet ten behoeve van zakelijke berichtgeving strekte, terwijl het Hof niet gehouden was zijn oordeel dienaangaande nader te motiveren;
Overwegende met betrekking tot het vierde onderdeel: dat het in dit onderdeel genoemde verdragsartikel niet behoort tot de voorschriften die de onmiddellijke grondslag van de strafoplegging uitmaken, zodat het geen vermelding in het bestreden arrest behoefde;
dat ook dit onderdeel mitsdien niet tot cassatie kan leiden;
Overwegende met betrekking tot het vijfde onderdeel:
dat uit generlei stuk waarop in cassatie acht kan worden geslagen blijkt dat bedoelde verkiezingspamfletten, gelijk in dit onderdeel wordt gesteld, in rekwirants kamer zijn aangetroffen en niet zijn verspreid, zodat het onderdeel reeds bij gebreke van feitelijke grondslag niet tot cassatie kan leiden;
Verwerpt het beroep.
Gewezen te 's-Gravenhage bij Mrs. Dubbink, Vice-President, Vroom, Van der Ven, Bronkhorst en Royer, Raden, in bijzijn van de Substituut-Griffier Sarolea, die dit arrest hebben ondertekend en door Mr. Vroom uitgesproken ter openbare terechtzitting van de vijftiende juni 1900 zes en zeventig in tegenwoordigheid van de Advocaat-Generaal Kist.