Strafrecht overig
Het verbod zich met een motorvoertuig binnen de gem. Schiermonnikoog te bevinden is onverbindend.
ECLI:NL:HR:1980:AC7081 · Hoge Raad · 23 december 1980
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1980-ac7081
Zaakgegevens
Op 23 december 1980 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 december 1980
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 71.858
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1980:AC7081
Samenvatting
Het verbod zich met een motorvoertuig binnen de gem. Schiermonnikoog te bevinden is onverbindend.
Procesgang
Hoge Raad · 23 december 1980deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1980:AC7081
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 december 1980
ECLI:NL:PHR:1980:AC7081
Uitspraak
23 december 1980
strafkamer
Nr. 71.858
M.d.W.
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Kantonrechter te Leeuwarden van 13 februari 1980 in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Kantonrechter heeft de verdachte ter zake van "overtreding van artikel G 34, sub a van de Algemene Politieverordening voor de gemeente Schiermonnikoog" veroordeeld tot een geldboete van vijftig gulden, subsidiair twee dagen hechtenis.
2. Het cassatieberoep
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Door deze is een schriftuur ingediend, welke echter eerst op de dag van de terechtzitting – derhalve na afloop van de bij de wet gestelde termijn - ter griffie is ingekomen, zodat de Hoge Raad daarop geen acht kan slaan.
3. De conclusie van het Openbaar Ministerie
De Advocaat-Generaal Biegman-Hartogh heeft geconcludeerd tot vernietiging van het aangevallen vonnis, met verwijzing van de zaak naar de arrondissementsrechtbank van het ressort teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
4 . Bewezenverklaring
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:
"dat hij op 14 juni 1979, in de gemeente Schiermonnikoog, zich met een motorvoertuig, als bedoeld in artikel A 1 van de Algemene Politieverordening (voor de gemeente Schiermonnikoog), namelijk een personenauto, heeft bevonden binnen de grenzen van eerdergenoemde gemeente".
5. De toegepaste verbodsbepaling
Het eerste lid van artikel G 34 van de Algemene Politieverordening voor de gemeente Schiermonnikoog luidt als volgt:
"Het is verboden zich:
a. met een motorvoertuig en
b. met een bromfiets
te bevinden binnen de grenzen van de gemeente Schiermonnikoog".
6. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Het stelsel van de Wegenverkeerswet en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften brengt met zich mee dat, met inachtneming van de daarin gestelde voorwaarden, geboden en verboden, eenieder vrij is aan het verkeer deel te nemen onder andere met motorrijtuigen en bromfietsen. Met dit stelsel is onverenigbaar een door een gemeentelijke wetgever zelfstandig en buiten genoemde voorschriften om uitgevaardigd verbod als vervat in artikel G 34 van de Algemene Politieverordening voor de gemeente Schiermonnikoog. Daaraan doet niet af, dat het gemeentelijk verbod blijkens zijn plaatsing in die verordening beoogt het karakter van het eiland te beschermen. Een zo algemeen en diep in het normale verkeer op de wegen ingrijpend verbod, zij het met een ontheffingsmogelijkheid, is mitsdien onverbindend wegens strijd met de Wegenverkeerswet.
Het bestreden vonnis kan, nu het bewezenverklaarde ook niet krachtens enige andere bepaling strafbaar is, niet in stand blijven.
7. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt het bestreden vonnis, voor zover daarbij het bewezenverklaarde strafbaar is verklaard en aan de verdachte deswege straf is opgelegd;
Verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar;
Ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Moons als voorzitter en de raadsheren Van der Ven, Wijnholt, De Waard en Hermans, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder, en uitgesproken op 23 december 1980.