Strafrecht overig
Art. 3:86 lid 3 BW. Kan oorspronkelijk gerechtigde beroep doen op art. 3:86 lid 3 BW in geval van…
ECLI:NL:HR:1999:ZD1744 · Hoge Raad · 12 oktober 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1999-zd1744
Zaakgegevens
Op 12 oktober 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 oktober 1999
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 3967
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1999:ZD1744
Samenvatting
Art. 3:86 lid 3 BW. Kan oorspronkelijk gerechtigde beroep doen op art. 3:86 lid 3 BW in geval van verduistering? De onder klager inbeslaggenomen auto behoorde in eigendom toe aan X die aangifte heeft gedaan van verduistering. Onder deze omstandigheden is - gelet op de bescherming die art. 3:86, derde lid, BW slechts ingeval van diefstal biedt aan de eigenaar van een roerende zaak - zondere nadere toelichting, die ontbreekt, niet begrijpelijk dat teruggave van de auto aan klager "wegens het betere recht" van X "niet op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk verantwoord is".
Procesgang
Hoge Raad · 12 oktober 1999deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1999:ZD1744
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 oktober 1999
ECLI:NL:PHR:1999:ZD1744
Uitspraak
12 oktober 1999
Strafkamer
nr. 3967 Besch.
Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de enkelvoudige kamer in de Arrondissementsrechtbank te Maastricht van 25 juli 1998 op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenstaande beschikking omschreven personenauto.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door klager. Namens deze heeft mr. A.E.M. Röttgering, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorge steld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De op 24 juni 1999 op de griffie van de Hoge Raad binnengekomen brief van mr. Röttgering houdt in dat het tweede middel is komen te vervallen.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernie tigen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde opnieuw te worden be recht en afgedaan.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt erover dat de Rechtbank haar beschikking ontoereikend heeft gemotiveerd door ten onrechte op grond van art. 3:86, derde lid, BW een beter recht van een derde aan te nemen, terwijl het inbeslaggenomen goed niet aan die derde ontstolen is.
3.2. De Rechtbank heeft vastgesteld dat de onder klager inbeslaggenomen auto in eigendom toebehoorde aan Automobielmaatschappij [X] B.V., h.o.d.n. [...] en dat deze aangifte heeft gedaan van verduistering daarvan. Onder deze omstan digheden is - gelet op de bescherming die art. 3:86, derde lid, BW slechts ingeval van diefstal biedt aan de eigenaar van een roerende zaak - zondere nadere toelichting, die in de bestreden beschikking evenwel ontbreekt, niet begrijpelijk haar oordeel dat terug gave van de auto aan klager "wegens het betere recht" van voormelde B.V. "niet op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk verantwoord is".
3.3. Het middel is derhalve gegrond.
4. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en beslist moet worden als volgt.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden beschikking;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande be klag opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren Orie en Van Dorst, in bijzijn van de griffier Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 1999.