Strafrecht overig
16 september 2003 Strafkamer nr. 01917/02 E SCR/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie…
ECLI:NL:HR:2003:AG2067 · Hoge Raad · 16 september 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-ag2067
Zaakgegevens
Op 16 september 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 01917/02 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AG2067
Samenvatting
16 september 2003 Strafkamer nr. 01917/02 E SCR/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 12 oktober 2001, nummer 20/002649-99, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1936, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak ...
Procesgang
Hoge Raad · 16 september 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AG2067
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 september 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AG2067
Uitspraak
16 september 2003
Strafkamer
nr. 01917/02 E
SCR/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 12 oktober 2001, nummer 20/002649-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1936, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Roermond van 1 juli 1999 - de verdachte ter zake van 1. "overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 27 van de Wet bodembescherming, opzettelijk begaan" en 2. "overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 13 van de Wet bodembescherming, opzettelijk begaan" veroordeeld tot een geldboete van tweeduizend gulden, subsidiair 35 dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.H.J.M. Linssen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1. Het middel klaagt over de verwerping door het Hof van het verweer dat het handelen in strijd met een aanwijzing van gedeputeerde staten als bedoeld in art. 27, tweede lid, Wet bodembescherming niet kan worden aangemerkt als overtreding van een voorschrift als bedoeld in art. 1a, aanhef en onder 2°, WED.
3.2. Het middel faalt op de gronden als vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6 tot en met 11.
4. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 september 2003.