Strafrecht overig
Art. 510 Sv. Verzoek Hoofd OvJ tot aanwijzing ander gerecht. X deed aangifte tegen OvJ te A’dam Y t.z.v…
ECLI:NL:HR:2006:AX9176 · Hoge Raad · 29 augustus 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ax9176
Zaakgegevens
Op 29 augustus 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01085/06 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX9176
Samenvatting
Art. 510 Sv. Verzoek Hoofd OvJ tot aanwijzing ander gerecht. X deed aangifte tegen OvJ te A’dam Y t.z.v. wederrechtelijke vrijheidsberoving, gepleegd in de uitoefening van zijn functie. De Hoofd OvJ te A’dam heeft te kennen gegeven niet tot vervolging over te gaan en geen verzoekschrift ex in art. 510 Sv in te zullen dienen. Het hof heeft het beklag van X ex art. 13 Sv toegewezen en het OM bevolen om een verzoekschrift ex art. 510 Sv in te dienen. HR wijst ander gerecht aan waar, zo het OM bij dat gerecht dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting plaats zal hebben.
Procesgang
Hoge Raad · 29 augustus 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AX9176
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 augustus 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AX9176
Uitspraak
29 augustus 2006
Strafkamer
nr. 01085/06 B
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het verzoekschrift van de Hoofdofficier van Justitie bij het Arrondissementsparket te Amsterdam van 14 april 2006 tot aanwijzing van een ander gerecht als bedoeld in art. 510, eerste lid, Sv in de zaak betreffende:
[Officier van Justitie]
1. Het verzoek
De Hoofdofficier van Justitie heeft zich tot de Hoge Raad gewend met het verzoek op de voet van art. 510 Sv een Rechtbank aan te wijzen voor de vervolging en berechting van de betrokkene.
2. De conclusie van de Procureur-Generaal
De Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.
3. Beoordeling van het verzoek
3.1. Uit de bij het verzoekschrift overgelegde stukken blijkt dat:
a. op 22 november 2004 tegen de betrokkene namens [A] aangifte is gedaan ter zake van wederrechtelijke vrijheidsberoving, welk feit door de betrokkene zou zijn gepleegd, handelend in de uitoefening van zijn functie als Officier van Justitie te Amsterdam, op 15 november 2004 tussen 12.08 en 16.30 uur;
b. de Hoofdofficier van Justitie bij brief van 24 december 2004 aan de advocaat van [A] te kennen heeft gegeven niet tot vervolging over te gaan en geen verzoekschrift als bedoeld in art. 510 Sv in te zullen dienen, omdat [A] niet wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd is geweest en er geen grond is voor vervolging en berechting;
c. namens [A] op 10 januari 2005 beklag als bedoeld in art. 13 Sv is gedaan bij het Gerechtshof te Amsterdam;
d. het Hof het beklag op 22 februari 2006 heeft toegewezen en het Openbaar Ministerie heeft bevolen om een verzoekschrift als bedoeld in art. 510 Sv in te dienen bij de Hoge Raad.
3.2. Het verzoek is, gelet op art. 510 Sv, vatbaar voor toewijzing.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de Rechtbank te 's-Gravenhage aan als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die Rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaats hebben.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 augustus 2006.