Strafrecht overig

Conclusie AG over bepalingen betreffende binnen de bebouwde kom gelegen parkeervoorzieningen die mogen worden…

Zaakgegevens

Op 23 januari 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 januari 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
00381/06 E
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:AZ3574
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG over bepalingen betreffende binnen de bebouwde kom gelegen parkeervoorzieningen die mogen worden gebezigd voor het parkeren van vervoermiddelen geladen met gevaarlijke stoffen. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 23 januari 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:AZ3574

  2. Conclusie A-G · 23 januari 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:AZ3574

Uitspraak

23 januari 2007

Strafkamer

nr. 00381/06 E

km/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, Economische Kamer, van 28 november 2005, nummer 21/003471-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.H. van Steijn, advocaat te Deventer, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 23 januari 2007.