Strafrecht overig
Verstekverlening. Aangevoerd wordt dat ten onrechte verstek is verleend nu verdachte tijdig aanwezig was in…
ECLI:NL:HR:2008:BD3665 · Hoge Raad · 23 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd3665
Zaakgegevens
Op 23 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 00782/07
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD3665
Samenvatting
Verstekverlening. Aangevoerd wordt dat ten onrechte verstek is verleend nu verdachte tijdig aanwezig was in het Paleis van Justitie, aldaar door de bodes naar een verkeerde locatie is verwezen, en dat het onderzoek van de zaak al was gesloten toen hij zich bij het Hof meldde. Het p-v t.t.z. houdt o.m. in dat verdachte niet is verschenen, dat de wel verschenen, niet-uitdrukkelijk gemachtigde raadsman verzoekt om aanhouding nu verdachte niet t.t.z. aanwezig kan zijn en dat het Hof dat verzoek afwijst nu de raadsman geen enkele reden heeft gegeven voor het niet verschijnen van verdachte. De door het Hof o.g.v. art. 83 RO aan de HR verstrekte inlichtingen omtrent de gang van zaken op de dag van de tz. houden in dat het Hof geen wetenschap heeft van een andere gang van zaken dan in het p-v t.t.z. weergegeven. De raadsman heeft in reactie daarop doen weten te blijven bij het eerder aangevoerde. Voor hetgeen in cassatie is aangevoerd, kan aldus geen feitelijke grondslag worden gevonden en daarop stuit het middel af.
Procesgang
Hoge Raad · 23 september 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD3665
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 september 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD3665
Uitspraak
23 september 2008
Strafkamer
nr. S 00782/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 november 2006, nummer 22/002689-06, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.J. Oort, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het middel is bij pleidooi toegelicht.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel is gericht tegen de verstekverlening door het Hof. Daartoe wordt aangevoerd dat de verdachte tijdig aanwezig was in het Paleis van Justitie en aldaar door de bodes naar een verkeerde locatie is verwezen, en voorts dat het onderzoek van de zaak al was gesloten toen hij zich bij het Hof meldde.
2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 31 oktober 2006 houdt onder meer het volgende in:
"De verdachte (...) is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. B.J. Oort, advocaat te 's-Gravenhage, die desgevraagd door de voorzitter mededeelt door de verdachte niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
De raadsman verzoekt om aanhouding van de behandeling van de zaak, nu de verdachte heden niet ter terechtzitting aanwezig kan zijn.
Desgevraagd door de voorzitter deelt de advocaat-generaal mede zich te verzetten zich tegen aanhouding nu het niet duidelijk is of de verdachte op een volgende zitting wel zal verschijnen.
Na kort onderling beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het verzoek van de raadsman tot aanhouding van de behandeling van de zaak wordt afgewezen en de zaak heden ter terechtzitting zal worden behandeld, nu door de raadsman geen enkele reden is gegeven voor het niet verschijnen van de verdachte."
2.3. Het Hof heeft, op de voet van art. 83 RO, aan de Hoge Raad inlichtingen verstrekt omtrent de in de schriftuur gestelde gang van zaken op de dag van de terechtzitting van het Hof. Die inlichtingen houden in dat het Hof geen wetenschap heeft van een andere gang van zaken dan in het proces-verbaal van de terechtzitting van 31 oktober 2006 is weergegeven. De raadsman van de verdachte heeft in reactie daarop doen weten te blijven bij hetgeen hij eerder heeft aangevoerd.
2.4. Voor hetgeen in cassatie is aangevoerd, kan geen feitelijke grondslag worden gevonden. Daarop stuit het middel af.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 23 september 2008.