Strafrecht overig

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet…

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 oktober 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
01354/07 E
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BE9754
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. In cassatie kan niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar stellingen die in feitelijke aanleg zijn verdedigd. CAG: verwerping van het beroep.

Procesgang

  1. Gerechtshof Leeuwarden · 30 november 2006

    ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ3591
  2. Hoge Raad · 28 oktober 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BE9754

    Niet ontvankelijk

  3. Conclusie A-G · 28 oktober 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BE9754

Uitspraak

28 oktober 2008

Strafkamer

nr. S 01354/07 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, Economische Kamer, van 30 november 2006, nummer 24/000793-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H. Lanting, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. In cassatie kan niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar stellingen die in feitelijke aanleg zijn verdedigd.

2.2. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 oktober 2008.

Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.