Strafrecht overig
Conclusie AG: Onder de term "veld" i.d.z.v. art. 1 van de Flora- en faunawet dient te worden verstaan "een…
ECLI:NL:HR:2008:BF0079 · Hoge Raad · 9 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bf0079
Zaakgegevens
Op 9 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01495/07 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BF0079
Samenvatting
Conclusie AG: Onder de term "veld" i.d.z.v. art. 1 van de Flora- en faunawet dient te worden verstaan "een voor de uitoefening van de jacht bestemd of geschikt terrein". Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof o.m. vastgesteld dat er op het totale boscomplex, waarvan het terrein waarop verdachte zich bevond deel uitmaakt, diverse beschermde inheemse diersoorten voorkomen waaronder wilde zwijnen, reeën en edelherten. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat ook op het hiervoor bedoelde terrein wel eens wilde zwijnen komen en dat het op dat terrein mogelijk was m.b.v. de kastval - ook van het totale boscomplex afkomstige - beschermde dieren te vangen. Uit e.e.a. volgt, dat er kan worden gesproken van een voor de jacht geschikt terrein, en dus van een "veld" i.d.z.v. de Flora- en faunawet. HR: 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 9 september 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BF0079
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 september 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BF0079
Uitspraak
9 september 2008
Strafkamer
nr. S 01495/07 E
AM/RR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 2 oktober 2006, nummer 21/002793-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1934, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat te Ede, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 9 september 2008.