Strafrecht overig

Vervolging van gemeenteraadslid van Tilburg. Conclusie AG over art. 272 Sr, o.m. over geheimhouding en…

Zaakgegevens

Op 26 oktober 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/01679
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BM2422
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vervolging van gemeenteraadslid van Tilburg. Conclusie AG over art. 272 Sr, o.m. over geheimhouding en vertrouwelijkheid. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 april 2008

    ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8346
  2. Hoge Raad · 26 oktober 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BM2422

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 26 oktober 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BM2422

Uitspraak

26 oktober 2010

Strafkamer

nr. 08/01679

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 april 2008, nummer 20/003437-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B. Milo, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 750,- subsidiair 15 dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 26 oktober 2010.