Strafrecht overig

Beklag tegen beslag. Art. 552a Sv. Klager wordt alsnog n-o verklaard omdat de wet niet de mogelijkheid kent…

Zaakgegevens

Op 28 september 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/01567 B
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BN0012
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag tegen beslag. Art. 552a Sv. Klager wordt alsnog n-o verklaard omdat de wet niet de mogelijkheid kent een verzoek tot teruggave mondeling te doen.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 28 september 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BN0012

  2. Conclusie A-G · 28 september 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BN0012

Uitspraak

28 september 2010

Strafkamer

Nr. 09/01567 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 16 januari 2009, nummer RK 09/67, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. H.J. Ruysendaal, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn beklag.

1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking

2.1. In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan. Op 23 juni 2008 is door de politie te Eindhoven onder [betrokkene 1] in beslag genomen een geldbedrag van € 137.375,-. [Betrokkene 1] heeft op 5 november 2008 ter griffie van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv ingediend, strekkende tot opheffing van het beslag en tot teruggave aan hem van een bedrag van € 135.000,-.

2.2. Blijkens het proces-verbaal van de raadkamer van 16 januari 2009 heeft de klager, die als getuige optrad bij de behandeling van het klaagschrift van [betrokkene 1], aldaar verklaard mondeling een klaagschrift te willen indienen, strekkende tot teruggave aan hem van een geldbedrag van € 135.000,-. De Rechtbank heeft deze verklaring als een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv aangemerkt. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, daar de wet niet de mogelijkheid kent dat een verzoek om teruggave mondeling wordt gedaan.

De Rechtbank had de klager niet-ontvankelijk in zijn beklag behoren te verklaren (vgl. HR 25 juni 2002, LJN AE2644).

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de middelen geen bespreking behoeven, en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verklaart de klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2010.