Strafrecht overig

Geen responsieplichtig verweer. De klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer in de zaak…

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02958
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BN0580
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen responsieplichtig verweer. De klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer verdachte zich heeft aangesloten, faalt op de in de conclusie van de AG vermelde gronden.

Procesgang

  1. Rechtbank Haarlem · 21 december 2007

    ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0704
  2. Gerechtshof Amsterdam · 3 juli 2009

    ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1698

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 12 oktober 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BN0580

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 12 oktober 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BN0580

Uitspraak

12 oktober 2010

Strafkamer

nr. S 09/02958

CB

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 juli 2009, nummer 23/000301-08, in de strafzaak tegen:

[Verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Kuijper en mr. M. Mulder, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof niet heeft beslist op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer de verdachte zich heeft aangesloten.

2.2. Het middel faalt op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 12 en 13 vermelde gronden.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, W.F. Groos, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 12 oktober 2010.