Strafrecht overig

Beklag. Beslag. Art. 552a Sv en art. 116 Sv. Ontvankelijkheid klager in klaagschrift. Miskenning van de Rb…

Zaakgegevens

Op 24 mei 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 mei 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/00531 B
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BP9397
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag. Beslag. Art. 552a Sv en art. 116 Sv. Ontvankelijkheid klager in klaagschrift. Miskenning van de Rb van hetgeen in HR NJ 1996/526 is bepaald m.b.t. de handelwijze indien geen toepassing is gegeven aan art. 116.3 Sv. Conclusie AG: anders.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 24 mei 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BP9397

  2. Conclusie A-G · 24 mei 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BP9397

Uitspraak

24 mei 2011

Strafkamer

nr. 10/00531 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 22 september 2009, nummer RK 09/1925, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, domicilie kiezende te [plaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank de klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag.

2.2. De Rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Vast staat dat bedoelde personenauto van het merk:

Opel Corsa met kenteken [AA-00-BB] op 4 april 2009 onder klager in beslag is genomen.

Gebleken is dat de inbeslaggenomen personenauto inmiddels aan een ander dan klager is geretourneerd. Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op de personenauto en dient de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift."

2.3. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat geen toepassing is gegeven aan art. 116, derde lid, Sv. Onder deze omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat het beklag het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de Officier van Justitie om in afwijking van de hoofdregel van art. 116 Sv het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene (klager) te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden (vgl. HR 30 januari 1996, NJ 1996/526).

2.4. Blijkens het onder 2.2 weergegevene heeft de Rechtbank het voorgaande miskend. Het middel is gegrond.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2011.