Strafrecht overig
Gegronde bewijsklacht toebrengen zwaar lichamelijk letsel.
ECLI:NL:HR:2011:BQ0768 · Hoge Raad · 31 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bq0768
Zaakgegevens
Op 31 mei 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/01528
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BQ0768
Samenvatting
Gegronde bewijsklacht toebrengen zwaar lichamelijk letsel.
Procesgang
Hoge Raad · 31 mei 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BQ0768
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 mei 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ0768
Uitspraak
31 mei 2011
Strafkamer
nr. 10/01528
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 maart 2010, nummer 22/000122-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Rijnmond, locatie De Schie" te Rotterdam.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. A.M. Seebregts en mr. B. Kizilocak, beiden advocaat te Rotterdam bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.
2.2. Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
"hij op 23 augustus 2008 te Rotterdam aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een doorschotwond in het been), heeft toegebracht door opzettelijk met een vuurwapen een kogel te schieten door het been van [slachtoffer]."
2.3. Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het Hof
- met inbegrip van hier niet overgenomen voetnoten - het volgende overwogen:
"Op 23 augustus 2008 heeft een schietincident plaatsgevonden aan de [a-straat 1] te Hoogvliet.
De verdachte bevond zich daar toen samen met anderen waaronder de aangever [slachtoffer], [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Op enig moment ontstond er onenigheid tussen de aangever en [betrokkene 1]. [Betrokkene 1] kreeg hierop een duw waardoor hij achter een bank terechtkwam. Hierop heeft de verdachte zijn pistool gepakt en op de aangever geschoten. De kogel heeft de aangever in zijn knie geraakt."
2.4. In aanmerking genomen dat de bewijsvoering verder niets inhoudt omtrent de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel, is het oordeel van het Hof dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, niet zonder meer begrijpelijk. De bewezenverklaring is dus niet naar behoren met redenen omkleed.
2.5. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 mei 2011.