Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 3 juli 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 juli 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/05537
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BW5121
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Hofstad. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 17 december 2010

    ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9016
  2. Hoge Raad · 3 juli 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BW5121

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 3 juli 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BW5121

Uitspraak

3 juli 2012

Strafkamer

nr. S 10/05537

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 december 2010, nummer 23/000745-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan, Y. Buruma en J. Wortel in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 3 juli 2012.