Strafrecht overig

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

Zaakgegevens

Op 5 maart 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 maart 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
12/03164
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ2963
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

Procesgang

  1. Rechtbank Alkmaar · 27 april 2010

    ECLI:NL:RBALK:2010:BM2913
  2. Gerechtshof Amsterdam · 18 november 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5739

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 5 maart 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ2963

    Niet ontvankelijk

  4. Conclusie A-G · 5 maart 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ2963

Uitspraak

5 maart 2013

Strafkamer

nr. S 12/03164

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 november 2011, nummer 23/002062-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Wortelboer, advocaat te Alkmaar, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel, als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken op 5 maart 2013.