Strafrecht overig

HR: 81.1 RO. Ambtshave strafvermindering i.v.m. overschrijding redelijke termijn.

Zaakgegevens

Op 19 maart 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 maart 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
11/04411
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ4479
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81.1 RO. Ambtshave strafvermindering i.v.m. overschrijding redelijke termijn.

Procesgang

  1. Rechtbank 's-Gravenhage · 21 mei 2010

    ECLI:NL:RBSGR:2010:BM5480
  2. Gerechtshof 's-Gravenhage · 22 september 2011

    ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2421

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 19 maart 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ4479

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Conclusie A-G · 19 maart 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ4479

Uitspraak

19 maart 2013

Strafkamer

nr. S 11/04411

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 september 2011, nummer 22/003054-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, en mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Mr. A.P. Visser heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis.

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zestien jaren.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze vijftien jaren en tien maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 maart 2013.