Strafrecht overig
Beschikking. Vordering tenuitvoerlegging lijfsdwang ex art. 577c Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Volgens…
ECLI:NL:HR:2013:BZ5408 · Hoge Raad · 26 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz5408
Zaakgegevens
Op 26 maart 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12/04413 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ5408
Samenvatting
Beschikking. Vordering tenuitvoerlegging lijfsdwang ex art. 577c Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige, waarbij verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang a.b.i. art. 577c Sv, beroep in cassatie openstaat, kan veroordeelde in het ingestelde beroep niet worden ontvangen. Dit wordt niet anders doordat in HR LJN BP9449 is geoordeeld dat de in art. 577c Sv voorziene maatregel van lijfsdwang heeft te gelden als ‘penalty’ i.d.z.v. art. 7.1 EVRM. Ook in het licht van dit oordeel kan immers uit art. 13 EVRM niet volgen dat tegen de rechterlijke beslissing waarbij die maatregel is opgelegd steeds een rechtsmiddel moet openstaan.
Procesgang
Hoge Raad · 26 maart 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ5408
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ5408
Uitspraak
26 maart 2013
Strafkamer
nr. S 12/04413 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 juli 2012, nummer 001321-11, op een vordering als bedoeld in art. 577c Sv, in de zaak van:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. J.W. Soeteman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de veroordeelde niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige, waarbij verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang als bedoeld in art. 577c Sv, beroep in cassatie openstaat, kan de veroordeelde in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
Dit wordt niet anders doordat in HR 20 december 2011, LJN BP9449, NJ 2012/237 is geoordeeld dat de in art. 577c Sv voorziene maatregel van lijfsdwang heeft te gelden als 'penalty' in de zin van art. 7, eerste lid, EVRM. Ook in het licht van dit oordeel kan immers uit art. 13 EVRM niet volgen dat tegen de rechterlijke beslissing waarbij die maatregel is opgelegd steeds een rechtsmiddel moet openstaan.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2013.