Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 2 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 april 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
12/01468
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ5961
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 2 april 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ5961

  2. Conclusie A-G · 2 april 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ5961

Uitspraak

2 april 2013

Strafkamer

nr. S 12/01468

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2011, nummer 22/001222-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 2 april 2013.