Strafrecht overig
Uitlevering. Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep o.g.v. art. 80a RO. De middelen gaan zonder opgave…
ECLI:NL:HR:2013:BZ8173 · Hoge Raad · 23 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz8173
Zaakgegevens
Op 23 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/05977 U
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ8173
Samenvatting
Uitlevering. Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep o.g.v. art. 80a RO. De middelen gaan zonder opgave van redenen voorbij aan de vaste rechtspraak van de HR m.b.t. de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de Minister. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen in HR LJN BX0146, rov. 2.3.1. is overwogen omtrent de toepassing van art. 80a RO indien cassatieklachten blijk geven van miskenning van vaste rechtspraak, is de HR van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen.
Procesgang
Hoge Raad · 23 april 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ8173
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 april 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ8173
Uitspraak
23 april 2013
Strafkamer
nr. S 12/05977 U
SG/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2012, nummer RK 12/5212, op een verzoek van de Republiek Suriname tot uitlevering van:
[De opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. M.P.M. Balemans, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. De middelen gaan zonder opgave van gronden voorbij aan de vaste rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de Minister
(a) in het in art. 9, eerste lid onder a en tweede lid, van de Uitleveringswet bedoelde geval dat in Nederland een strafvervolging gaande is ter zake van feiten die ook in het verzoek tot uitlevering zijn betrokken (vgl. HR 3 februari 1981, LJN AB8263, NJ 1981/318, HR 25 juli 2000, LJN ZD1984 en HR 9 december 2008, LJN BG4204), en
(b) in het geval dat een gegrond vermoeden bestaat dat bij inwilliging van het verzoek de opgeëiste persoon zal worden blootgesteld aan een inbreuk op fundamentele, in art. 5 EVRM gewaarborgde rechten (vgl. HR 25 mei 2004, LJN AO8387 NJ 2005/243).
2.2. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen in HR 11 september 2012, LJN BX0146, rov. 2.3.1, is overwogen omtrent de toepassing van art. 80a RO indien de cassatieklachten blijk geven van miskenning van vaste rechtspraak, is de Hoge Raad van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a RO - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in het bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 23 april 2013.