Strafrecht overig

HR: 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Zaakgegevens

Op 7 januari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 januari 2014
Datum publicatie
7 januari 2014
Zaaknummer
12/04965
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:33
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Procesgang

  1. Rechtbank Breda · 6 maart 2012

    ECLI:NL:RBBRE:2012:BV7783
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 oktober 2012

    ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9798

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 5 november 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:2261
  4. Hoge Raad · 7 januari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:33

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

7 januari 2014

Strafkamer

nr. 12/04965

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2012, nummer 20/000938-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vierde middel

3.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2.

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van negen jaren en negen maanden.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze negen jaren en acht maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2014.